vrijdag 17 augustus 2012
Poort der Duisternis
Een waarachtig verhaal uit de Overpoort
Ik weet niet waarom ze precies mij gekozen hebben voor deze dodemansmissie. Gewoon pech, denk ik. Op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. De feiten zijn duidelijk, zeiden ze. Vorige week donderdag besliste de 19-jarige Pol & Soc-student Timo 'Den Timo' Kurtz, tegen het expliciete verbod van zijn oversten in, de Overpoort af te dalen. Sindsdien is er van hem niets meer vernomen.
Wat verwachten ze nu eigenlijk van mij? Dat ik hem zomaar even terugbreng? Wie zegt dat hij nog leeft? En als hij nog leeft, in wat voor toestand is hij dan? Niemand spendeert een volle week in de Overpoort en komt er ongeschonden uit.
Ik heb de verhalen gehoord, over Timo. Dat hij er aan onderdoor gegaan is. Aan waanzin ten prooi gevallen. Ze zeggen dat hij zich verschanst in de Porter House, dat hij daar een troep inboorlingen rond zich verzameld heeft, als een soort heidense privé-militie, en er dagelijks mee op jacht gaat, op zoek naar een verse prooi. Onzin, zeggen mijn opdrachtgevers, maar wat weten zij? Zijn zij ooit afgedaald tot in het duistere hart van de Overpoort?
We steken het Sint-Pietersplein over, de onheilspellend uitgestrekte delta die uitmondt in de Overpoort. Er is geen weg terug nu. We passeren Julien, de onherroepelijke scheidingslijn tussen beschaving en wildernis. Het duurt niet lang voor we opgemerkt worden door enkele inboorlingen. Ze staren ons aan met hun holle, dode ogen en lossen enkele animale kreten, maar lijken ons verder met rust te laten.
Hoe dieper we afdalen, hoe hallucinanter het landschap wordt. Ik zie de waanzinnigste tafeleren: hogepriesters in ceremoniële gewaden leiden onbegrijpelijke, barbaarse rituelen. Elders gaan enkele wilden elkaar gillend te lijf, tot het bloed van hun gezichten druipt. Bevangen door heidense waanzin, proberen hordes jungle-bewoners elkaar af te troeven in luidkeelse baltsgezangen, een troep halfnaakte wijfjes kijkt geamuseerd toe en zoekt het meest viriele examplaar uit voor een paringsdans. Uit de onzichtbare onderbuik van de jungle wellen tribale drumgeluiden op, steeds luider, steeds sneller, steeds dreigender. Opeens weet ik hoe het voelt om je verstand te verliezen.
De helletocht duurt onverminderd voort. Ik ben allang vergeten waarom ik hier ben, mijn koorstige brein kan slechts een gedachte onthouden: laat het alsjeblief ophouden. Dan doemt plots uit de mistige walmen de Porter House op. Plots herinner ik me het doel van mijn missie. Is dit dan waar Timo zich schuilhoudt? Maar wat kan ik in godsnaam tegen hem zeggen? Kom terug, Timo? Er is geen weg terug van hier. Misschien moet ik gewoon niets zeggen en hem gewoon...nee, dat kan ik niet.
Ik schiet de Porter House in en baan me een weg door de dichte mist. Ik zie letterlijk geen hand voor ogen. Plots klinkt een onmenselijk schorre stem uit de verte.
"Ojo maat. Wa doe jij hier?"
Ik draai me om en zie Timo. Maar hij is Timo niet meer. Hij is...iets anders.
"Ey maat, haal mij keer 'n pintjen, lijk. Khe lijk geen geld meer en shit."
Timo ligt uiteengezakt op de grond. Ik herken hem nauwelijks. Hij is een wanstaltige kolos geworden. Het wezen dat ooit Timo was, gaapt me aan met glazige, onbegrijpende ogen en grijnst verdwaasd. Rondom hem ligt zijn privé-militie: een viertal zwaargebouwde wilden met dezelfde glazige, lege blikken.
"Timo, tis tijd da ge naar huis gaat. Uw ouders zijn vree ongerust en al."
"Neuj jong!", blaft Timo. "FIESTJEEUH!"
"FIESTJEEUH!", herhalen de wilden.
"Alle kom, Timo. Ge moet nog ne paper schrijven."
"Gij hebt het recht nie om mij ier weg te halen.", fluistert Timo. "Gij hebt nie gezien wadakik gezien heb. De horror... de horror... Maar ge moet ne maat maken van de horror. De horror is uwen maat. De horror heeft een bakkes. En 't lijkt vree hard op t' logo van Cara Pils, wer."
"Alle goe, ik heb het tenminste geprobeerd. Salut, he Timo."
"Jowkes."
Terwijl ik de Overpoort verlaat, kan ik het niet laten even over mijn schouder te kijken. Maar mijn zicht wordt belemmerd door zwarte wolken, en de straat naar het einde van de wereld, somber rustend onder de helse hemel, lijkt te verdwijnen in het hart van een ontzaglijke duisternis.
(Zeer vrij naar Joseph Conrad)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten